De waterschapen, provincies en Rijkswaterstaat voeren in 2020, 2021 en 2022 AHN 4 uit. Deze opdracht is een vervolg op het project AHN 3 (2014-2019). De opmerkelijke verschillen tussen AHN 3 en AHN 4 zijn: 

  • In AHN 4 wordt Nederland in drie jaar ingewonnen in plaats van zes jaar (AHN 3).
  • De percelen zijn anders ingedeeld.
  • De specificaties rondom puntdichtheid, -spreiding en -nauwkeurigheid zijn ten opzichte van het AHN 3 op een andere wijze uitgevraagd. Doelstelling blijft een bestand te realiseren met een vergelijkbare puntdichtheid als het AHN 3.
  • De classificatie van de puntenwolken is op een paar aspecten punten aangepast.
  • De onafhankelijke controlewerkzaamheden worden op een later tijdstip aanbesteed, dus niet tegelijkertijd met de inwinning en classificatie.

De inwinning van het AHN 4 betreft de volgende percelen:

  1. Perceel 1. Inwinning en classificatie AHN 4 TMA in 2020.
  2. Perceel 2. Inwinning en classificatie AHN 4 landsdekkend zonder TMA.
  3. Perceel 3. Inwinning en classificatie hoogdynamische gebieden.

Toelichting op de percelen

Percelen 1 en 2. Inwinning en classificatie voor de landsdekkende dataset 

Bij het basisproduct van “AHN 4 landsdekkend”, Perceel 1, is in verband met de vliegrestricties rondom het Schiphol gebied ervoor gekozen om hiervoor een apart perceel te definiëren zodat een optimale inzet van systemen en daarmee een hoge kans op succesvolle inwinning verkregen wordt. Dit perceel heeft, anders dan Perceel 2, een looptijd van slechts één jaar.

Bij het basisproduct van “AHN 4 landsdekkend”, Perceel 2, wordt uitgegaan van een looptijd van drie jaar, benodigd om de rest van Nederland eenmalig landsdekkend te kunnen actualiseren, zodat er van Nederland na drie jaar een nieuw landsdekkend bestand is ontstaan. 

De focus ligt op het realiseren van een nieuw maaiveldbestand dat geschikt is voor het gebruik in het waterbeheer. De te gebruiken techniek voor deze inwinning is laseraltimetrie waarbij een scanner moet worden ingezet die in staat is om in het gestelde inwinseizoen en de gewenste (weers)omstandigheden de hoogtemetingen te kunnen uitvoeren. 

Om de gebieden zo efficiënt mogelijk in te winnen is afgestapt van een projectindeling op basis van waterschapsgebieden. Nederland wordt onderverdeeld in vier blokken met een logische afbakening (bijvoorbeeld de grens over een rivier of een kaartbladgrens). De Waterschappen zullen dan mogelijk niet hun hele beheergebied in één jaar opgeleverd krijgen, maar krijgen wel een snellere actualisatie.

De verwachting is dat :

  • het aantal vliegbewegingen daarmee flink omlaag gaat omdat er minder kleine stroken gevlogen hoeven te worden en dat het aantal bochten hiermee ook beperkt wordt;
  • de geometrische aansluiting voor het hele gebied beter zal worden omdat er bloksgewijs kan worden gevlogen.

De perceelsindeling is in overleg met de eindgebruikers van de waterschappen, de provincies en Rijkswaterstaat vastgesteld. Hierbij is rekening gehouden met enerzijds de beperkingen van de TMA-zone van Schiphol (incl. buffer) en anderzijds de inwinning van een waterschap zoveel mogelijk binnen één inwinjaar.

De volgende perceelindeling is voor AHN 4 vastgesteld:

Perceel 1 

2020 – Regio West: TMA-zone Schiphol
Dit perceel omvat de inwinning en classificatie van de TMA-zone Schiphol, inclusief een buffer aan de oostzijde. Verder is het recht afgesneden aan de noord- en zuidzijde. 

Perceel 2 

Dit perceel bevat de inwinning en classificatie van de rest van Nederland.

Perceel 2 – 2020: Regio Noord en Regio ZuidWest
Wetterskip Fryslân, HHNK, Scheldestromen, Hollandse Delta, Rivierenland-West voor zover deze niet binnen de TMA zone vallen.

Perceel 2 – 2021: Regio Zuid
Waterschappen Rivierenland-Oost, De Dommel, Aa en Maas en Limburg voor zover deze niet binnen de TMA vallen.

Perceel 2 – 2022: Regio Oost 
Waterschappen Noorderzijlvest, Hunze en Aas, Drents Overijsselse Delta, Vechtstromen, ZuiderZeeland, Vallei en Veluwe, Rijn en IJssel, Stichtse Rijnlanden voor zover deze niet binnen de TMA vallen.

Perceel 3. Inwinning en classificatie hoogdynamische gebieden

Binnen het AHN worden de monitoringsgebieden van Rijkswaterstaat, waar hoogte-informatie voor moet worden ingewonnen, hoogdynamische gebieden genoemd. Bij de uitvoering moet rekening worden gehouden met restricties aan het getij, maar tegelijk worden minder hoge nauwkeurigheidseisen gesteld. Deze informatiebehoefte wijzigt voor de komende jaren niet en zal voor de komende drie jaar bestaan uit:

  • kustmetingen: Jaarlijks wordt een strook langs de Nederlandse kust ingewonnen;
  • westerschelde: in 2020, 2021 en 2022;
  • Oosterschelde: in 2021;
  • Waddenzee: Jaarlijks 1/6 deel, dus een zes jaarlijkse cyclus. Hierbij is de volgorde van west naar oost belangrijk;
  • zandmotor: Jaarlijks tweemaal, in het voorjaar met de reguliere kustmetingen mee, en een separate vlucht in oktober.