Zowel het AHN-1 als het AHN-2 zijn te bestellen via deze website. Er zijn grote verschillen tussen deze bestanden, die men zich moet realiseren alvorens te bestellen.
Het AHN-1 is vervaardigd in de periode van 1996 tot en met 2003. Niet alleen is de hoogtedata daardoor ouder (en door veranderingen in het terrein soms verouderd) ten opzichte van het AHN-2, ook was de techniek nog in een minder gevorderd stadium.
Met het AHN-2 werd in 2007 een begin gemaakt. In 2008 werd begonnen met de vijfjaarlijkse cyclus, waarin geheel Nederland moet worden ingewonnen. Op dit moment is het AHN-2 voor ongeveer een derde van Nederland beschikbaar. Houd er rekening mee dat het verwerken en controleren van de data die in februari van een jaar is ingewonnen zo lang duurt dat het bestand pas in het eerste kwartaal van het jaar daarop beschikbaar is.
Het grote voordeel van het AHN-1 is dat het landsdekkend beschikbaar is. Als u bovendien geen behoefte hebt aan een grote mate van detail en actualiteit minder belangrijk is, is het AHN-1 heel geschikt, omdat dit ook in een grove resolutie beschikbaar is.
De precisie van het AHN-2 is niet sterk verbeterd ten opzichte van het AHN-1: het AHN-1 was al goed. Zie hierover bijvoorbeeld de pagina over de specificatie op eindtermen (onder Wijze van aanbesteden van het AHN), waar onder meer het volgende uit het aanbestedingsdocument wordt geciteerd:
Het bestand bezit een hoogtenauwkeurigheid van niet meer dan vijf centimeter standaardafwijking en niet meer dan vijf centimeter systematische afwijking;
Het bestand bezit een zodanige dichtheid, een zodanige verdeling en een zodanige planimetrische nauwkeurigheid dat topografische objecten met een grootte van twee meter x twee meter eenduidig en met een positieafwijking van maximaal 50 centimeter kunnen worden geïdentificeerd.
Een groot verschil is met name de aanmerkelijk geringere puntdichtheid van het AHN-1. De oudste bestanden bevatten één hoogtewaarde per 16 vierkante meter, de jongste bestanden één punt per vierkante meter. De puntdichtheid voor bosgebieden en andere vegetatie is nog aanmerkelijk lager; bij het AHN-2 is dit verschil als gevolg van de techniek minder groot. De puntdichtheid van het AHN-2 is niet voorgeschreven: deze hangt af van wat de aannemer denkt nodig te hebben om de eindtermen te kunnen realiseren. In het algemeen ligt de dichtheid tussen de 6 en 20 punten per vierkante meter, maar bedraagt meestal 9 of 10. Daarmee is het AHN-2 zo’n 10 tot 100 maal gedetailleerder dan het AHN-1.
Van zowel AHN-1 als AHN-2 is een bestand met de originele, onregelmatig liggende laserpunten beschikbaar. Met name bij het AHN-2 schept dit enorme mogelijkheden, omdat bijvoorbeeld terrein en bebouwing gedetailleerd zijn te reconstrueren. Veel programmatuur kan echter moeilijk overweg met onregelmatig liggende punten en bovendien is het extreem veel data.
Van zowel AHN-1 als AHN-2 zijn de genoemde laserpuntbestanden ook gescheiden in twee bestanden beschikbaar: een bestand met punten op het maaiveld, het zogeheten gefilterd bestand, en een bestand met de punten die daar niet aan voldeden, de zogeheten uitgefilterde punten.
Uit de onregelmatig liggende laserpunten zijn zowel voor AHN-1 als AHN-2 rasterbestanden (‘grids’) berekend: bestanden met vierkante pixels, met per pixel één hoogtewaarde die is geïnterpoleerd uit de originele punten. Voor het AHN-1 zijn bestanden beschikbaar met een rasterafmeting van 5 meter, 25 meter en 100 meter (‘100 meter grid’). Dit laatste bestand heeft als voordeel dat het de hoogte van geheel Nederland kan bevatten zonder dat de bestanden kolossaal worden.
Voor het AHN-2 zijn er slechts twee rasterbestanden: 0,5 meter en 5 meter. Het eerstgenoemd bestand heeft als voordeel een mate van detail die dat van de originele laserpunten benadert, terwijl het een makkelijk te verwerken rasterbestand (‘grid’) betreft. Gebruikersprogrammatuur heeft doorgaans meer moeite met onregelmatig liggende punten.
Voor het AHN-2 is er bovendien een bestand waarbij het 0,5-meter-raster incidenteel is opgevuld. Het AHN zal nooit bestanden leveren waarbij rastercellen zonder hoogtewaarde zijn ‘dichtgesmeerd’ omdat we geen gegevens willen verzinnen waar ze niet zijn. Er is daarop echter één uitzondering: soms ligt er door de onregelmatigheid van de originele laserpuntjes net geen enkel punt in een rastercel van 0,5 x 0,5 meter, ook al is de gemiddelde puntdichtheid bijvoorbeeld 9 per vierkante meter. In dat geval kan zo’n cel alsnog worden gevuld. Dit geïnterpoleerde bestand wordt apart van het gewone 0,5m-rasterbestand geleverd.
Het AHN-1 omvat een aantal afgeleide producten. Van de rasterbestanden (5, 25 en 100 meter) is een versie leverbaar die de minimum hoogte per rastercel bevat. Ook zijn er versies met het maximum en de standaardafwijking van de hoogtepunten binnen de rastercel. Daarnaast is er een bestand leverbaar dat het aantal laserpunten per rastercel bevat.
Voor het AHN-2 zijn ook luchtfoto’s opgenomen, meestal tegelijk met de laserscanning, maar in ieder geval binnen een week na opname van de laserdata. Deze zijn bedoeld voor gebruikers bij waterschappen en Rijkswaterstaat: zij kunnen daarmee topografische objecten die in de laserdata vragen oproepen identificeren en interpreteren. Dit is met name voor waterkeringbeheerders van groot belang. Deze luchtfoto’s hoeven slechts voor dit doel geschikt te zijn en zijn daarom in het algemeen ook geen goed gecorrigeerde orthofotomozaïeken. Deze luchtfoto’s zijn uitsluitend beschikbaar voor de deelnemender organisaties: de waterschappen en Rijkswaterstaat.
Het AHN-2 is zo gedetailleerd dat er soms militaire restricties gelden voor het bestand. Het maaiveld is voor kwaadwillenden niet zo interessant, maar gedetailleerde hoogte-informatie van objecten en luchtfoto’s kunnen dat wel zijn.
© Het Waterschapshuis - Actueel Hoogtebestand Nederland
